RI&E-toetsingsregimes voor bedrijven
Zoals al eerder is vermeld, zijn aan de erkenning van branche RI&E-instrumenten voordelen voor bedrijven in uw branche verbonden: bedrijven met maximaal 25 werknemers, die gebruik maken van het erkende instrument, hoeven hun RI&E-document (risico-inventarisatie en –evaluatie én plan van aanpak) nog maar ‘licht’ te laten toetsen. Dat betekent:
- geen bedrijfsbezoek van de arbodienst of arbodeskundige;
- geen aanvullende metingen (mits de metingen die voor het opstellen van de RI&E zijn uitgevoerd door erkende instellingen zijn verricht);
- ‘papieren toetsing’ door arbodienst of één gecertificeerde arbodeskundige (in plaats van betrokkenheid van alle kerndeskundigen);
- dus tijd- en kostenbesparing;
- en meer motivatie en sneller aan de slag om zaken te verbeteren.
Er zijn overigens ook situaties waarin de RI&E-toetsing helemaal achterwege kan blijven:
- In bedrijven waar werknemers maximaal 40 uur per week arbeid verrichten.
- In bedrijven met maximaal 25 werknemers, die een RI&E-instrument gebruiken dat sociale partners bij CAO zijn overeengekomen* én dat beoordeeld is door minstens één gecertificeerd arbodeskundige.
Deze bedrijven moeten uiteraard wél over een (actueel en waarheidsgetrouw ) RI&E-document beschikken, want dat is een wettelijke verplichting voor àlle werkgevers met personeel in dienst.
In alle overige gevallen moeten bedrijven hun RI&E-document ‘gewoon’ laten toetsen door een arbodienst of gecertificeerd arbodeskundige, ongeacht of het bedrijf gebruik maakt van een branche RI&E-instrument dat door sociale partners is erkend of in de CAO is overeengekomen.
Voor alle duidelijkheid: de voordelen van een ‘lichte toets’ of helemaal geen toetsing heeft dus uitsluitend betrekking op bedrijven met maximaal 25 medewerkers.
* Hier is sprake van een verandering als gevolg van de wijziging van de Arbowet per 1 januari 2007 (Arbowet artikel 14 en Arbobesluit artikel 2.14b): vóór 1 januari 2007 lag de grens bij bedrijven met maximaal 10 werknemers, deze is nu opgetrokken tot bedrijven met maximaal 25 werknemers. Dit betekent dat sociale partners kunnen kiezen voor:
- Erkenning van een branche RI&E-instrument met als voordeel ‘lichte RI&E-toets’ voor bedrijven met maximaal 25 werknemers. Dit heeft zijn juridische basis in de Certificatieregeling Arbodiensten, waar sociale partners met arbodiensten verantwoordelijk voor zijn.
- Opname van een (door minstens één gecertifceerd arbodeskundige beoordeelde) branche RI&E-instrument in de CAO met als voordeel ‘geen RI&E-toetsing’ voor bedrijven met maximaal 25 werknemers.
Aangezien een CAO een ‘zwaarder instrument’ is dan een erkenning van een RI&E-instrument, stellen sociale partners wellicht zwaardere eisen aan de kwaliteit van een RI&E-instrument dat ze in de CAO overeenkomen, dan in geval van erkenning. Het geeft sociale partners naar elkaar dus onderhandelingsmogelijkheden, en dan niet alleen over het RI&E-instrument, maar ook over andere aspecten van de arbo-infrastructuur in de branche. Het is voorstelbaar dat sociale partners vóór de afloop van een CAO (de status van) het branche RI&E-instrument op de agenda zetten voor het CAO-overleg.

