Hoe legitimeert een inspecteur van de arbeidsinspectie zich wanneer hij een bedrijf controleert?
De arbeidsinspectie kent twee soorten “inspecteurs’: toezichthouders en opsporingsambtenaren. Om geen verwarring te scheppen bij de burger krijgen ambtenaren die zowel over toezichthoudende bevoegdheden als over opsporingsbevoegdheden beschikken twee verschillende bewijzen.
Dit “draagt bij aan een scherpere afbakening van de hoedanigheid, waarin wordt opgetreden en markeert duidelijker een eventuele wijziging in die hoedanigheid". De toezichthouders dienen een legitimatiebewijs bij zich te dragen. Het bewijs moet zijn uitgegeven door het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is. De toezichthouder is verplicht het bewijs desgevraagd meteen te tonen.
Het legitimatiebewijs dat wordt gebruikt bij opsporingsactiviteiten is dat van de buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). Dit legitimatiebewijs wordt vastgesteld en uitgegeven door Justitie.

