Hoe gedetailleerd moet ik de risico-inventarisatie en -evaluatie uitvoeren?
Alle risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid van de werknemers -met andere woorden: situaties die afwijken van wat de Arbowet eist- moeten middels de RI&E in kaart worden gebracht en geëvalueerd.
In de Arbowet en het Arbobesluit zijn een aantal onderwerpen / thema’s opgenomen die in ieder geval in de RI&E moeten staan. Onderstaand een overzicht:
Arbowet
- toegang van werknemers tot een deskundige persoon (arbodienst of preventiemedewerker).
Arbobesluit
- jeugdigen;
- zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie;
- psychosociale arbeidsbelasting;
- blootstelling aan gevaarlijke stoffen;
- blootstelling aan kankerverwekkende stoffen;
- blootstelling aan asbest;
- blootstelling aan lood;
- blootstelling aan biologische agentia;
- fysieke belasting;
- beeldschermwerk;
- trillingen;
- lawaai;
- persoonlijk beschermingsmiddel (PBM);
- Arbeids- en rusttijden (art. 4:1 Arbeidstijdenwet).
Voorts bevat de RI&E een overzicht van maatregelen die reeds genomen zijn in verband met de gesignaleerde gevaren, en de samenhang tussen die maatregelen. Andere mogelijke risico's moeten natuurlijk ook opgenomen worden. Bijvoorbeeld: hoe gaan leidinggevenden om met arboprocedures, of hoe gaan werknemers om met procedures voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen? De RI&E hoeft niet zeer gedetailleerd te zijn als de risico's daartoe ook geen aanleiding geven. In het algemeen geldt: hoe groter de risico's, hoe gedetailleerder de beschrijving in de RI&E. Grote risico's moeten op afdelingsniveau of zelfs op functieniveau geïnventariseerd en geëvalueerd worden.

