Welke partijen moeten op de hoogte worden gesteld van het opstellen van de RI&E en het plan van aanpak?
Allereerst het personeel of diens vertegenwoordiging. Voor alle regelingen op het terrein van het arbeidsomstandighedenbeleid van een bedrijf geldt immers het instemmingsrecht van de OR en de personeelsvertegenwoordiging (pvt). Bij het ontbreken van een OR of PVT of bij kleine bedrijven (minder dan 10 werknemers) moet de werkgever op basis van artikel 12, lid 3 Arbowet overleg voeren met de belanghebbende werknemers over de RI&E (inclusief plan van aanpak) (art. 5 Arbowet) en de organisatie van de preventiemedewerkerstaken (art. 13 Arbowet), de arbodienstverlening (art. 14 en 14a Arbowet) en de bedrijfshulpverlening (art. 15 Arbowet).
N.B. Indien een werkgever gebruikmaakt van inleenkrachten, moet hij aan de werkgever van de inleenkrachten dat deel van de RI&E toezenden dat betrekking heeft op de arbeidsplaats waar de ingeleende werknemers komen te werken. Deze bepaling geldt ook voor uitzendkrachten.





